Het Diafragma.

Het diafragma (middenrif) is een koepelvormige spier die vasthangt aan de onderste ribben en de rug ter hoogte van de bovenste lendenwervels.  Het middenrif, of […]

Het diafragma (middenrif) is een koepelvormige spier die vasthangt aan de onderste ribben en de rug ter hoogte van de bovenste lendenwervels. 

Het middenrif, of het diafragma, is een grote koepelvormige spier die de buikholte scheidt van de borstholte. 

De zenuwverbinding met het diafragma komt rechtstreeks van de 2e-3e-4e nekwervel. Deze zenuw heet de N.Phrenicus. Er is dus hier een directe relatie met de nek.

Het middenrif zit vast aan de binnenzijde van de lage ribben, aan de achterzijde van het borstbeen en via twee ‘steunpilaren’ – ook wel de crussen genoemd- vastzitten aan de voorzijde van de wervels ter hoogte van de overgang van de borstwervels naar de lage rugwervels. Direct naast deze crussen liggen de beide Psoasspieren. De Psoas verloopt langs de lage ruggenwervels. Daarnaast is deze ook aan de ruggenwervels verbonden waardoor hij veel invloed heeft op de stand van de wervelkolom. Uiteindelijk zit de Psoas vast aan de binnenzijde van het bovenbeen, ter hoogte van lies.

Aan de bovenzijde van het rechter- en linkerdeel van het middenrif zitten de longen vast; centraal van het middenrif ligt het hart vast en bevindt zich onder andere de doorgang van de slokdarm naar de maag. Het middenrif is daarmee ook ‘steunweefsel’ voor de borstorganen.

Aan de onderzijde van het rechterdeel van het middenrif bevindt zich het grootste deel van de lever, die voor een groot deel met het middenrif verkleefd is. Daarnaast zit er een deel van de dikke darm vast. Deze organen hangen aan het middenrif vast. Rechts naast de rechter ‘steunpilaar’ of crus ligt de rechternier.

Aan de onderzijde van het linkerdeel van het middenrif bevindt zich onder andere de maag en een deel van de dikke darm die met het middenrif verbonden zijn. Links naast de linker ‘steunpilaar’ van het middenrif ligt de linker nier. Het middenrif is hierdoor een ‘kapstok’ voor de buikorganen.

Wanneer je inademt, dan trekt het middenrif samen (ze zakt naar beneden). Zo gaan je ribben uit elkaar, vergroot je borstholte en zo kan de lucht in je longen stromen. Bij het uitademen, ontspant de spier zich. 

Een goede ademhaling zorgt voor een continue aanvoer van zuurstof, noodzakelijk voor alle cellen en elk weefsel en het afvoeren van het afvalproduct koolstof. Bij een normale rustige ademhaling wordt lucht actief aangezogen via de neus, daar gefilterd, vochtig gemaakt en dan doorgestuurd naar de longen. Het diafragma, de belangrijkste ademhalingsspier, zit vast onderaan de borstkasholte waar zij de longen afschermt van de buikholte. In rust heeft het diafragma de vorm van een koepel. Bij het inademen trekt de ademhalingsspier samen, zakt naar onder en wordt geheel vlak. Hierdoor wordt het volume van de longen groter. Het uitademen gebeurt passief en vraagt geen inspanning.

Lachen, praten, zingen, hardlopen doen kortstondig de ademhaling veranderen om daarna zo snel mogelijk weer in de relax-modus te komen. Astma, sinusitis, angst, stress, ademen door de mond vragen meer inspanning van het middenrif zodat ook de hulp-ademhalingsspieren moeten werken. Wanneer de ademhaling op die manier verstoord is, word je vatbaarder voor verkoudheden en longontstekingen, maar ook rugpijn, vermoeidheid, maag- en darmproblemen, hyperventilatie kunnen hiervan het gevolg zijn

Minder bekend is dat het diafragma ook een belangrijke pompwerking heeft. Door de goede werking (aanspannen/ontspannen) wordt al het veneuze zuurstofarme bloed van benen, bekken, romp tegen de zwaartekracht in weer naar het hart gepompt. Ook is het diafragma belangrijk voor een goede werking van de maag, voor een goede spijsvertering en voor het optimaal functioneren van de lever. De lever heb je nodig als energieleverancier en voor het verwerken van de nuttige voedselbestanddelen.

In een normale, gezonde situatie heeft het middenrif een goede basisspanning. Deze is dan voldoende is om de ademhaling goed kunnen blijven doen, de borstorganen voldoende steun te geven en de buikorganen goed op te hangen. Echter, de spanning kan toenemen. Dit kan komen doordat er aan de onderzijde van het middenrif ‘getrokken’ wordt. Bijvoorbeeld door een (doorgemaakte) ontsteking van een van de buikorganen (galblaas, blindedarm, diverticulitis, blaas of nieren), (kijk)operaties van de buikorganen, baarmoeder of eierstokken, biologische of biochemische disbalansen in de maag of darmen of een verkramping van bijvoorbeeld darmen. Alle organen die onder het middenrif zitten, kunnen de oorzaak zijn van het ‘trekken’ aan het middenrif. Vanaf de bovenzijde kan er ook aan het middenrif getrokken worden. Hiervoor zijn bijvoorbeeld (één van) de longen, het hart of de slokdarm verantwoordelijk.

Wat de reden ook is: wanneer de spanning op het middenrif toeneemt, heeft dat direct gevolgen voor de mobiliteit van deze spier en daarmee ook gevolgen voor de aanhechtingsplaatsen. De belangrijkste aanhechtingsplaatsen zijn het borstbeen, de lage ribben en de wervels ter hoogte van de overgang tussen de borstwervels en lage rugwervels. Denk aan een zeurend of ongemakkelijk gevoel op de borstkas, zeurende pijnen tussen de schouderbladen, lage ribben en/of wervels.

Ook kunnen spanningen van het middenrif zich uiten in hyperventilatieklachten, door de functie als hoofdademhalingsspier. Omdat het hartzakje vastzit aan de bovenzijde van het middenrif, heeft het middenrif ook invloed op de functie van het hart. Het gevoeligste weefsel rondom het hart is het zenuwweefsel. Wanneer de informatieverwerking rondom het hart niet helemaal vloeiend verloopt, kan dat leiden tot onjuiste zenuwimpulsen naar het hart toe. De zenuwen zijn als het ware in de ‘war’ waardoor het hart of een deel van het hart tijdelijk extra snel achter elkaar samenknijpt. Dit kan leiden tot hartkloppingen (PAC) of hartritmestoornissen. Mocht dit laatste het geval zijn, moet dit eerst door een (huis)arts beoordeeld worden voordat u bij een osteopaat aanklopt.

Omdat de slokdarm door het middenrif loopt en een bijdrage levert aan de afsluiting hiervan, kan dit ook leiden tot refluxklachten.

De ‘steunpilaren’ van het middenrif hebben een nauwe relatie met de beide Psoas spieren. Door deze relatie kunnen spanningen vanuit het middenrif ook worden doorgegeven aan een of beide spieren. Dit kan dan weer leiden tot klachten aan de lage rug, de lies of de knie.

Tijdens het Osteopathische bewegingsonderzoek kunnen de spanningen rondom het middenrif gevonden worden. De testen die dan opvallen is dat de borstkas moeite heeft goed naar links en naar rechts te draaien; een of beide schouders moeite heeft met het geheel naar voorwaarts te bewegen (of dat deze beweging zeer pijnlijk is). Het verlies aan rotatie in de borstkas wordt vervolgens gecompenseerd door de nek, knieën en/of voeten, waardoor in deze regio’s overbelast kunnen worden.

Als de Psoas spier te veel spanning heeft, wordt dit ook teruggevonden in het Osteopathische bewegingsonderzoek: het bekken zal naar achter gedraaid staan (dit leidt tot rugpijn), de heup zal niet naar binnen gedraaid kunnen worden (klachten in de bil, lies of ‘ischias’) en/of de heup kan zich niet helemaal strekken (uit de stoel opstaan is lastig en lang staan of lopen lukt niet). Wanneer er langdurig of heftige spanningen op de Psoas aanwezig zijn, zal dit uiteindelijk leiden tot veel klachten van de heup en rug. De spanningen kunnen ook weer doorgegeven worden naar de beenspieren. Dit kan ook leiden tot klachten in het been, de knie of voet. De omgekeerde richting kan ook: een voetverstuiking kan ook leiden tot diafragma of middenrif spanningen.

Daarom neemt het herstel van de beweeglijkheid van het middenrif een belangrijke plaats in tijdens de behandeling door een Osteopaat.

Test.

Om te kijken of je ademhaling prima is, een klein testje. Adem rustig in via je neus, en probeer daarna zo lang mogelijk uitademen. Lukt het niet om langer uit te ademen dan in te ademen of word je duizelig, kortademig dan is je ademhaling niet optimaal

Buikademhaling oefening:

Basis:

  1. Comfortabel zitten/liggen: Leg één hand op je buik, één op je borst.
  2. Inademen: Rustig door je neus, voel je buik opblazen (hand op buik beweegt). Houd je borst stil.
  3. Uitademen: Langzaam door je mond, voel je buik plat worden. Span eventueel je buikspieren licht aan.
  4. Herhalen: Richt je op de beweging van je buik, niet je borst. 

Specifiek:

  1. Comfortabel zitten/liggen: Leg één hand op je buik, één op je borst.
  2. Inademen: Rustig door je neus, zo lang mogelijk inademen tot dat het niet meer gaat, voel je buik opblazen (hand op buik beweegt). Houd je borst stil.
  3. Uitademen: Langzaam door je mond, voel je buik plat worden. Span eventueel je buikspieren licht aan.
  4. Herhalen: Richt je op de beweging van je buik, niet je borst. 

Doel ademhalingsfrequentie omlaag brengen- activatie parasympaticus

© 2026 Osteopathie Eric Visser Privacy